Molenbiotoop

Welkom bij Molens in Leiden

www.molensinleiden.nl

 

Molenbiotoop

 

De omgeving van een molen wordt molenbiotoop genoemd.

 

Deze molenbiotoop is voor een molen van levensbelang.

Omdat de molen voldoende wind moet kunnen vangen om te draaien, dient er rekening gehouden te worden met de omgeving nabij de molen.

Zo vangen gebouwen en bomen de wind op, of verstoren deze waardoor gevaarlijke turbulentie ontstaat en draaien met een molen gevaarlijk kan zijn.

De molen en de molenaar kan op deze situatie slecht inspelen, omdat alles handmatig wordt bediend.

 

Plotselinge verandering van windrichting of windkracht vergt de nodige inspanning en handelingen van de molenaar. Hier op reageren kan niet voor enkele seconden/minuten, want voor windkracht toename of afname, moeten de zeilen worden verminderd of worden bij gelegd.

Dit houdt in: Molen (wieken) moeten worden gestopt (vangen), per wiek de zeilbespanning wijzigen, waarna de molen weer kan draaien.

(duur circa 5-10 minuten, afhankelijk van wind toename of afname)

 

Voor verandering van windrichting, houdt dit in:

De molen (wieken) stoppen (vangen). De nodige kettingen aan de staart (achterzijde molen) verleggen. De wieken met kap, met behulp van kruiwiel of kruirad, naar de windrichting toedraaien (kruien). De kettingen vastleggen, eventueel afzetting bij de wieken verzetten, waarna de molen weer kan gaan draaien. (duur circa 5 - 15 minuten)

 

Zoals u ziet, kan door deze werkzaamheden, de molenaar niet continu reageren op wisselende windrichtingen en veranderingen in windkracht.

 

Vandaar is het van belang dat de molenbiotoop vrij is van obstakels, zoals bomen en gebouwen, in een minimale cirkel van 100 meter rondom de molen.

Buiten deze 100 meter, dient er rekening gehouden te worden tot 400 meter vanaf de molen, dat bomen en gebouwen niet hoger worden dan de 1 op 30 regel, gemeten van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Te weten: op 100 meter maximaal 3 meter hoog, op 400 meter maximaal 12 meter hoog. De provincie Zuid-Holland hanteert deze regel bij het toetsen aan bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen worden tegenwoordig de beschermingzones van 100 en 400 meter aangegeven, met de nodige omschrijving, zoals hier eerder uitgelegd.

Voldoende windvang en zicht op de molen, zorgt ervoor dat zowel voor de vrijwillig molenaar als omwonende of passant de belevingswaarde groot blijft.

Als men deze molenbiotoop richtlijnen goed hanteert met nieuwbouw en in groenbeheer, dan kunnen de eeuwenoude molens nog in lengte van jaren functioneren waarvoor ze zijn gebouwd.

 

Door op de molenfoto hieronder te klikken, wordt het molenbiotooprapport van de destbetreffende molen geopend.

Voor meer info over de molenbiotoop kijk op www.molens.nl

Kikkermolen
De Put
Stadsmolen
Maredijkmolen
De Valk
Rodenburgermolen
De Herder
De Heesterboom
Stevenshofjesmolen